PETITIE (op grond van Artikel 5 van de Grondwet)
TOESCHEIDINGSOVEREENKOMST TUSSEN NEDERLAND EN SURINAME
Geachte voorzitter, commissieleden en overige aanwezigen,
De Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN), gevestigd te Nijmegen biedt samen met:
- Vereniging Van Reizigers (VVR) te Nijmegen;
- Sociaal Kulturele Vereniging SHIVA te Paramaribo;
- Belangenbehartiging Surinaamse Nederlanders (B-Surined) te Wanica;
- Meester Rudolf Lachmipersad Jankie Stichting (Mr. Jankie Stg.) te Paramaribo;
- Vereniging Van Surinaamse Ondernemers (VVSO) te Paramaribo,
U vaste commissie Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten Generaal deze petitie aan vanwege:
INLEIDING
Het personenverkeer tussen Nederland en Suriname is geregeld in één tweetal Verdragen, te weten:
1. de Toescheidingsovereenkomst (TO) van 25 november 1975, Traktatenblad Nr. 132;
2. de Overeenkomst inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen van 23 januari 1981, Traktatenblad Nr. 35.
In artikel 5 lid 2 van de TO eerste zin is bepaald dat:
Meerderjarige Nederlanders die in Suriname zijn geboren hebben het recht TE ALLEN TIJDE met hun gezin ONVOORWAARDELIJK tot de Republiek Suriname te worden toegelaten en daar IN ALLE OPZICHTEN als Surinamer te worden behandeld.
Minister Jan Pronk van ontwikkelingssamenwerking stelt namens de Nederlandse regering in 1975/1976 in de Tweede Kamer dat:
De Toescheidingsovereenkomst HET ONVERVREEMDBARE RECHT GARANDEERT van Surinamers en Surinaamse Nederlanders om te allen tijde naar Suriname terug te keren. SURINAME IS VOLGENS DE BESTAANDE REGELING VERPLICHT TERUGKEERDERS GEEN ANDERE BEHANDELING TE DOEN ONDERGAAN DAN DEGENEN DIE IN SURINAME ZIJN GEBLEVEN. Wellicht ten overvloede teken ik hierbij aan dat de Nederlandse regering onverkort vasthoudt aan de inhoud van de Toescheidingsovereenkomst op dit punt.
Verder staat in de toelichting in de Handleiding op pagina 15 TO, dat Surinamers die feitelijk allen Nederlanders waren in Nederland niet als willekeurige vreemdelingen zullen worden behandeld. Tussen Nederland en Suriname bestaan immers historische- culturele- en familiare banden.
KNELPUNTEN
Beide voornoemde Verdragen worden in bepaalde delen door Nederland en weer andere delen door Suriname niet nageleefd. De Surinaamse autoriteiten zijn door de Kort Gedingrechter op 23 mei 2001 met het A.R.NO.: 994674, SJB 2002 september Nr. 2, veroordeeld Artikel 5 TO, na te leven, hetgeen zij echter nalaat. Op 03 augustus 2007, GR 14155, SJB 2007 oktober Nr. 2, is het voornoemd vonnis op formele gronden vernietigd maar heeft het Hof van Justitie van Suriname de onderhavige rechten verder onderbouwd en bevestigd. Ook de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken is door de Nationale ombudsman op 15 juni 2001 middels zijn openbaar rapportnummer: 2001/168 op de vingers getikt om niet langs de zijlijn te staan maar voldoende druk op de Surinaamse autoriteiten uit te oefenen zodat de rechten van de Surinaamse Nederlanders niet meer door Suriname worden geschonden. Tot nu toe spant de minister van Buitenlandse Zaken zich in onvoldoende mate in, om hierin verandering te bewerkstelligen.
Het Verdrag van 1981 is tijdens de militaire dictatuur eenzijdig door Nederland opgeschort.
Voorzitter,
Het is niet voor te stellen dat de huidige Tweede Kamer over één zo’n belangrijk punt van de onafhankelijkheid van Suriname zo weinig kennis draagt. Toen het Kamerlid drs Harry van Bommel op 24 november 2005 hierover aan minister dr Ben Bot (BuZa) vragen in Tweede Kamer stelde, wist de woordvoerder van het CDA niet waar de heer Bommel over sprak. De Koninkrijkscommissie bestaande uit 3 secties (circa 90 personen) heeft bij de voorbereiding van de onafhankelijkheid vastgesteld dat de rechten van burgers, het belangrijkste punt van de onafhankelijkheid zou zijn. Er is toen vastgesteld dat Suriname voor haar ontwikkeling haar eigen mensen in het buitenland, heel hard nodig hebben. En juist aan dit punt hebben Verdragspartijen na de onafhankelijkheid het minst aandacht besteedt. Men heeft alle aandacht aan de 3,5 miljard gulden ontwikkelingshulp gegeven die feitelijk een tweede plaats zou behoren in te nemen. Hier is Suriname maar ook Nederland zeer ernstig in tekort geschoten.
VSN heeft uw commissie voorgesteld middels een PowerPoint presentatie over dit onderwerp te informeren. Uw commissie heeft dit voorstel goedgekeurd dat vervolgens door de Kamer is afgewezen. Men is kennelijk niet in de belangen van Surinaamse Nederlanders geïnteresseerd.
Tijdens het algemeen overleg in omstreeks mei 2005 hebben de leden Koenders (PvdA), Karimi (GL), Ditrich (D66), Herben (LPF) (Van Bommel SP afwezig wegens ziekte), van minister Bot geëist dat hij deze verworven rechten van Nederlanders, niet moest verkwanselen. Het zijn verworven rechten en aan hen is de toezegging gedaan dat het onvervreemdbare rechten zijn. U dient met de rechthebbenden te gaan praten. Het ministerie van BuZa heeft na 2,5 jaar met geen één belanghebbende gesproken. Als Nederlandse politici Suriname bezoeken, maakt men nimmer tijd vrij voor de circa 20.000 in Suriname wonende (Surinaamse) Nederlanders. Kennelijk zijn het toch maar zwarte Nederlanders. Recentelijk heeft minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken, Suriname bezocht. Heeft zij tijd voor de (Surinaamse) Nederlanders die in Suriname wonen vrij gemaakt?
Minister mr Jaap de Hoop Scheffer heeft op 20 oktober 2003 aan SHIVA en VVR geschreven dat hij met Suriname hierover gaat spreken na het Arrest van het Hof van Justitie in Suriname. Het Arrest is er sedert 03 augustus 2007. En wat schrijft minister drs Maxim Verhagen op 30 september 2007 aan VSN nu? Dat hij met Suriname gaat overleggen over de beëindiging terwijl het over de naleving dient te gaan. Hoe betrouwbaar is de minister van Buitenlandse Zaken hierbij? Hoe betrouwbaar is de Nederlandse regering hierbij? Waar blijven de onvervreemdbare rechten en de rechtszekerheid?
Het kan zeker niet de bedoeling zijn dat rechtzoekende thans hun zaak bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens van de OAS te Washington moeten voorleggen waarna deze Suriname bij het Inter-Amerikaanse Mensenrechtenhof zal dienen aan te klagen. Zie verder op: http://www.jankie.org en http://www.suriplein.com .
Over dit punt geef ik verder het woord aan ons Raad van Advieslid mw mr Arti Jankie, die advocate te Den Haag is (zie bijlage).
CONCLUSIE
a. De minister van Buitenlandse Zaken, komt in onvoldoende mate op, voor de
onvervreemdbare rechten van de Surinaamse Nederlanders die dezen volgens Artikel 5
lid 2, eerste zin van de TO hebben;
b. De opschorting van het Verdrag van 1981 dient weer te worden opgeheven.
GELET HET VOORGAANDE, DOET VERENIGING SURINAAMSE NEDERLANDERS (VSN), EEN DRINGEND BEROEP OP DE LEDEN VAN EERSTE EN TWEEDE KAMER DER STATEN GENERAAL EN DE REGERING TE BEWERKSTELLIGEN DAT:
1. er in voldoende mate druk op Suriname wordt uitgeoefend, opdat deze Artikel 5 lid 2 TO naleeft;
2. overgegaan wordt door de Nederlandse en Surinaamse autoriteiten, tot de afgifte van ID kaarten aan personen die onder deze regeling vallen;
3. niet wordt getornd aan de onvervreemdbare verworven rechten van de Surinaamse Nederlanders zoals dezen in Artikel 5 van de TO zijn vervat;
4. Nederland de eenzijdige opschorting van het Verdrag van 1981 nu er weer een burgerregering in Suriname is, opheft, opdat dit weer in werking treedt;
5. de regering aandacht heeft voor de noden en wensen van de in Suriname wonende c.q. (Surinaamse) Nederlanders;
6. de regering gepaste maatregelen treft voor personen die door de onafhankelijkheid van Suriname, Staatloos zijn geworden;
7. VSN wordt geïnformeerd, welke maatregelen U in deze heeft getroffen.
‘s-Gravenhage, 16 oktober 2007
Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN),
w.g. w.g.
Mahin Jankie, voorzitter Elly van den Elzen, secretaris
In aanwezigheid van een afvaardiging van VSN aangeboden op 16 oktober 2007 te Den Haag in het gebouw van de Tweede Kamer der Staten Generaal aan LEDEN VAN DE EERSTE EN TWEEDE KAMER DER STATEN GENERAAL EN DE REGERING, door tussenkomst van de leden van:
De vaste kamercommissie voor Buitenlandse Zaken
In ontvangst genomen door: Ormel (CDA): w.g.
voorzitter vaste commissie Buitenlandse Zaken
In aanwezigheid van de volgende kamerleden en griffier:
Gill’ard (PvdA), Van Dam (PvdA), Van Bommel (SP), Ferrier (CDA), Winklaar (PvdA)
Van der Kolk-Timmermans (griffier)
Bijlagen:
- 22 stuks diverse stukken Toescheidingsovereenkomst (TO)
- 500 stuks verzoekschriften Artikel 5 lid 2 Toescheidingsovereenkomst
|